Art. 536 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Wanneer de douaneautoriteiten eisen dat de in de ruimten van een douane-entrepot opgeslagen andere communautaire goederen dan die bedoeld in artikel 98, lid 2, onder b), en lid 3, van het Wetboek, overeenkomstig artikel 105 van het Wetboek, in de in artikel 106, lid 3, van het Wetboek bedoelde voorraadadministratie worden ingeschreven, dient hun douanestatus duidelijk uit deze inschrijving te blijken.

2. Onverminderd artikel 524 kan het controlekantoor speciale voorschriften voor de identificatie van deze goederen vaststellen, met name ten einde deze te kunnen onderscheiden van de onder het stelsel van douane-entrepots geplaatste goederen die in dezelfde ruimte zijn opgeslagen.

3. De in lid 1 bedoelde goederen mogen worden gebruikt bij het verrichten van gebruikelijke behandelingen, be- of verwerkingen in het kader van de regeling actieve veredeling of behandeling onder douanetoezicht.