Art. 534 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Goederen met prefinanciering die onder het stelsel van douane-entrepots zijn geplaatst, dienen ten uitvoer te worden aangegeven door middel van het in artikel 205 bedoelde formulier.
2. Bij de aangifte dienen alle in artikel 221 genoemde bescheiden te worden gevoegd en met name het in Verordening (EEG) nr. 3719/88 bedoelde uitvoer- of voorfixatiecertificaat.
3. De datum waarop de goederen het douanegebied van de Gemeenschap verlaten wordt vermeld op de achterzijde van het in lid 1 bedoelde document.
Wanneer de goederen waarvoor een aangifte ten uitvoer is aanvaard, door een gedeelte van het douanegebied van de Gemeenschap worden vervoerd alvorens dit gebied te verlaten, zijn de in de artikelen 6, 6 bis en 7 van Verordening (EEG) nr. 3665/87 bedoelde procedures van toepassing.
4. Goederen die een met uitvoer gelijkgestelde bestemming hebben gekregen overeenkomstig de artikelen 34 en 42 van Verordening (EEG) nr. 3665/87 worden geacht het douanegebied van de Gemeenschap te hebben verlaten.
Afdeling 7
Gebruik van een douane-entrepot zonder dat de goederen onder het stelsel worden geplaatst
Onderafdeling 1
Communautaire goederen