Art. 434 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Wanneer een vervoersbeweging onder de regeling communautair douanevervoer binnen de Gemeenschap begint en dient te eindigen, wordt het overdrachtsformulier TR bij het kantoor van vertrek overgelegd.

2. Het kantoor van vertrek brengt in het voor de douane bestemde vak van de exemplaren nrs. 2, 3 A en 3 B van het overdrachtsformulier TR, op duidelijk zichtbare wijze:

- het teken "T 1" aan, indien de goederen met toepassing van de regeling extern communautair douanevervoer worden vervoerd;

- het teken "T 2", "T 2 ES" of "T 2 PT" aan, al naar gelang van het geval, indien de goederen met toepassing van de regeling intern communautair douanevervoer worden vervoerd overeenkomstig artikel 311, onder b), en artikel 165 van het Wetboek.

Het teken "T 2", "T 2 ES" of "T 2 PT" wordt door middel van de stempelafdruk van het kantoor van vertrek gewaarmerkt.

3. Wanneer een overdrachtsformulier TR betrekking heeft op (een) container(s) waarin zowel goederen met toepassing van de regeling extern communautair douanevervoer als goederen met toepassing van de regeling intern communautair douanevervoer worden vervoerd, maakt het kantoor van vertrek, overeenkomstig artikel 311, onder b), en artikel 165 van het Wetboek, in het voor de douane bestemde vak van de exemplaren nrs. 2, 3 A en 3 B van het overdrachtsformulier afzonderlijk melding van de container(s), al naar gelang van het soort goederen dat deze bevat(ten), en brengt het het teken "T 1", respectievelijk het teken "T 2", "T 2 ES" of "T 2 PT", aan naast de vermelding van de betrokken container(s).

4. Wanneer, in het in lid 3 bedoelde geval, van lijsten van grote containers gebruik wordt gemaakt, worden per categorie container afzonderlijke lijsten opgesteld. De containers worden in het voor de douane bestemde vak van de exemplaren nrs. 2, 3 A en 3 B van het overdrachtsformulier TR aangeduid met het (de) volgnummer(s) van de lijst(en) van grote containers. Het teken "T 1" of het teken "T 2", "T 2 ES" of "T 2 PT" wordt, al naar gelang van de categorie containers waarop het betrekking heeft, naast het (de) volgnummer(s) van de lijst(en) aangebracht.

5. Alle exemplaren van het overdrachtsformulier TR worden aan de belanghebbende teruggegeven.

6. De in artikel 311, onder a), bedoelde goederen worden, op de door elke Lid-Staat vast te stellen wijze, voor het gehele traject onder de regeling intern communautair douanevervoer geplaatst zonder dat het overdrachtsformulier TR betreffende deze goederen bij het kantoor van vertrek behoeft te worden overgelegd en zonder dat de in artikel 432 bedoelde etiketten behoeven te worden aangebracht. Deze ontheffing van de verplichting tot overlegging geldt evenwel niet voor overdrachtsformulieren TR die betrekking hebben op goederen waarop de artikelen 463 tot en met 470 van toepassing zijn.

7. Voor de in lid 2 bedoelde goederen wordt het overdrachtsformulier TR aangeboden bij het kantoor van bestemming waar de goederen voor het vrije verkeer of een andere douaneregeling worden geplaatst.

Bij het kantoor van bestemming behoeft ten aanzien van de in artikel 311, onder a), bedoelde goederen geen enkele formaliteit te worden vervuld.

8. Ten behoeve van de in artikel 429 bedoelde controle houdt de vervoersonderneming alle overdrachtsformulieren die op het in lid 6 bedoelde douanevervoer betrekking hebben in het land van bestemming ter beschikking van de douaneautoriteiten, in voorkomend geval op de wijze die in onderling overleg met deze autoriteiten is vastgesteld.

9. Wanneer communautaire goederen per spoor worden vervoerd van een plaats in een Lid-Staat naar een plaats in een andere Lid-Staat, over het grondgebied van een derde land dat geen EVA-land is, wordt de regeling intern communautair douanevervoer toegepast. In dit geval zijn de leden 6, 7, tweede alinea, en 8 van overeenkomstige toepassing.