Art. 26 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De tariefindeling, onder de onderverdelingen van kolom 2 van de hierna volgende tabel, van de goederen die in kolom 3 van deze tabel naast de genoemde onderverdelingen zijn vermeld en die worden ingevoerd uit de in kolom 5 van deze tabel genoemde landen, is afhankelijk van de indiening van certificaten die aan de in de artikelen 27 tot en met 34 gestelde eisen voldoen.
Deze certificaten, die naast de volgnummers in kolom 4 van de hierna volgende tabel zijn vermeld, zijn in de bijlagen 2 tot en met 8 opgenomen.
Het gaat om zogenaamde certificaten "van echtheid" voor druiven, whisky, wodka en tabak, "van benaming van oorsprong" voor wijn en "van kwaliteit" voor natriumnitraat.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt voor Port-, Madeira- en Sherrywijn en voor Moscatel de Setubal, ingedeeld onder de GN-codes 2204 21 41, 2204 21 51, 2204 29 41 en 2204 29 51, het overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 986/89 van de Commissie (6) afgegeven en gewaarmerkte goedgekeurde handelsdocument overgelegd in de plaats van het certificaat van benaming van oorsprong.
(6) PB nr. L 106 van 18. 4. 1989, blz. 1.
3. De tabak die op het tijdstip van het in het vrije verkeer brengen op grond van een Gemeenschapsvoorschrift in aanmerking komt voor vrijstelling van de douanerechten, dient echter zonder overlegging van een certificaat van echtheid onder de GN-codes 2401 10 10 tot en met 2401 10 49 en 2401 20 10 tot en met 2401 20 49 te worden ingedeeld. Bedoeld certificaat mag voor voornoemde tabakssoorten niet worden afgegeven noch aanvaard wanneer verschillende soorten in één onmiddellijke verpakking worden aangeboden.
4. Met betrekking tot de goederen van volgnummer 6 in de hierna volgende tabel wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan onder:
a) "tabak van de soort Virginia, 'flue-cured` ": tabak die is gedroogd in kunstmatige atmosferische omstandigheden met behulp van een procédé met warmte- en ventilatieregeling en waarbij elk contact tussen de rook en de tabaksbladeren wordt vermeden; de gedroogde tabak heeft dan gewoonlijk een citroengele tot zeer donker oranje of rode kleur. Andere kleuren en combinaties van kleuren zijn dikwijls een gevolg van de rijpheidsgraad, de teeltwijze of de droogtechniek;
b) "tabak van de soort Burley, Burleyhybriden daaronder begrepen, 'light-air-cured` ": tabak die met warme lucht is gedroogd in natuurlijke atmosferische omstandigheden en die geen rookgeur heeft wanneer van extra warmte of van een bijkomende luchtstroom gebruik werd gemaakt; de bladeren variëren van taankleurig tot roodachtig. Andere kleuren en combinaties van kleuren zijn dikwijls een gevolg van de rijpheidsgraad, de teeltwijze of de droogtechniek;
c) "tabak van de soort Maryland, 'light-air-cured` ": tabak die met warme lucht is gedroogd in natuurlijke atmosferische omstandigheden en die geen rookgeur heeft wanneer van extra warmte of van een bijkomende luchtstroom gebruik werd gemaakt; de bladeren variëren van lichtgeel tot diep kersrood. Andere kleuren en combinaties van kleuren zijn dikwijls een gevolg van de rijpheidsgraad, de teeltwijze of de droogtechniek;
d) " 'fire-cured` tabak": tabak die met warme lucht is gedroogd in kunstmatige atmosferische omstandigheden boven open houtvuren, waarbij de rook van het hout gedeeltelijk door de tabak is opgenomen. Bladeren van "fire-cured" tabak zijn dikker dan bladeren van Burley, "flue-cured", of Maryland, van het overeenkomstige deel van de plant. De kleuren variëren van geelbruin tot zeer donker bruin. Andere kleuren en combinaties van kleuren zijn dikwijls een gevolg van de rijpheidsgraad, de teeltwijze of de droogtechniek.
>RUIMTE VOOR DE TABEL>