Art. 249 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. De wijze waarop de vrijgave wordt verleend, wordt bepaald door de douaneautoriteiten, rekening houdend met de plaats waar de goederen zich bevinden en de specifieke wijze waarop toezicht op die goederen wordt gehouden.

2. In het geval van een schriftelijke aangifte worden de vrijgave en de datum waarop deze wordt verleend, vermeld op de aangifte, waarvan een kopie aan de aangever wordt teruggeven, of in voorkomend geval op een bijgevoegd document.