Art. 205 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Het officiële model voor de schriftelijke douaneaangifte van goederen in het kader van de normale procedure met het oog op hun plaatsing onder een douaneregeling of wederuitvoer overeenkomstig artikel 182, lid 3, tweede zin, van het Wetboek, is het enig document.

2. Andere formulieren kunnen worden gebruikt op voorwaarde dat de bepalingen van de desbetreffende douaneregeling dit toestaan.

3. Het bepaalde in de leden 1 en 2 doet geen afbreuk aan:

- de in de artikelen 225 tot en met 236 bedoelde ontheffing van de verplichting een schriftelijke aangifte in te dienen voor het in het vrije verkeer brengen, de uitvoer of de tijdelijke invoer,

- de mogelijkheid voor de Lid-Staten om ontheffing te verlenen van het gebruik van het in lid 1 bedoelde formulier, in geval van toepassing van de in de artikelen 237 en 238 bedoelde bijzondere bepalingen met betrekking tot briefpostzendingen en postpakketten,

- het gebruik van speciale formulieren om de aangifte in bijzondere gevallen te vergemakkelijken, wanneer de douaneautoriteiten daartoe toestemming verlenen,

- de mogelijkheid voor de Lid-Staten om ontheffing te verlenen van het gebruik van het in lid 1 bedoelde formulier, in geval van tussen de administraties van twee of meer Lid-Staten gesloten of te sluiten overeenkomsten of regelingen die een verdere vereenvoudiging van de formaliteiten voor het gehele verkeer of een deel daarvan tussen deze Lid-Staten ten doel hebben,

- de mogelijkheid voor belanghebbenden om voor zendingen die verschillende soorten goederen bevatten gebruik te maken van ladingslijsten bij het vervullen van de formaliteiten voor communautair douanevervoer,

- de vervaardiging door middel van openbare of particuliere systemen voor automatische gegevensverwerking van uitvoer-, doorvoer- of invoeraangiften alsmede documenten waarmee het communautaire karakter van niet onder de regeling intern communautair douanevervoer vervoerde goederen kan worden aangetoond, onder door de Lid-Staten te stellen voorwaarden, in voorkomend geval op blanco papier,

- de mogelijkheid voor de Lid-Staten om, ingeval bij de behandeling van aangiften gebruik wordt gemaakt van een systeem voor automatische gegevensverwerking, te bepalen dat de in lid 1 bedoelde aangifte bestaat uit een door het systeem vervaardigd enig document.

4. Wanneer de formaliteiten worden vervuld met behulp van openbare of particuliere systemen voor automatische gegevensverwerking, waarmee tevens de aangifte wordt vervaardigd, kunnen de douaneautoriteiten bepalen dat:

- de handtekening wordt vervangen door een andere identificatietechniek die eventueel berust op het gebruik van codes en dezelfde rechtsgevolgen heeft als een handtekening; deze vereenvoudiging wordt slechts toegekend wanneer de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde technische en administratieve voorwaarden zijn vervuld;

- deze systemen de vervaardigde aangiften rechtstreeks waarmerken, in plaats van de handmatige of mechanische plaatsing van het stempel van het douanekantoor en van de handtekening van de bevoegde ambtenaar.

5. Indien in een communautaire reglementering wordt verwezen naar een aangifte ten uitvoer, wederuitvoer, invoer of tot plaatsing onder ongeacht welke douaneregeling, mogen de Lid-Staten geen andere administratieve documenten eisen dan die welke

- uitdrukkelijk door communautaire besluiten in het leven zijn geroepen of daarin zijn voorgeschreven;

- worden verlangd krachtens internationale overeenkomsten die met het Verdrag verenigbaar zijn;

- van ondernemers worden verlangd ten einde hen op hun verzoek in het genot van een bepaald voordeel of van een bepaalde faciliteit te stellen;

- met inachtneming van het bepaalde in het Verdrag, worden verlangd voor de tenuitvoerlegging van specifieke voorschriften die niet kunnen worden toegepast door gebruik van het in lid 1 bedoelde enig document.