Art. 18 Verordening (EEG) nr. 2454/93
In afwijking van artikel 16 kan elke Lid-Staat de voorlopige toestemming geven tot het gebruik van een denatureringsmiddel dat niet in kolom 4 van de in dat artikel bedoelde tabel is opgenomen. In een dergelijk geval deelt de betrokken Lid-Staat dit binnen 30 dagen aan de Commissie mede, met opgave van nauwkeurige gegevens omtrent samenstelling en hoeveelheid. De Commissie geeft hiervan zo spoedig mogelijk kennis aan de andere Lid-Staten.
Dit vraagstuk wordt aan het Comité voorgelegd.
Indien het Comité niet binnen 18 maanden na de datum van ontvangst van de mededeling door de Commissie heeft beslist dat het desbetreffende denatureringsmiddel in kolom 4 van de genoemde tabel wordt opgenomen, mag het denatureringsmiddel na afloop van deze termijn in geen enkele Lid-Staat meer worden gebruikt.