Art. 70 Verordening (EEG) nr. 2309/93

Verordening (EEG) nr. 2309/93

Toevoegingsmiddelen die vallen onder Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (16) worden, wanneer zij bestemd zijn om overeenkomstig die richtlijn aan dieren te worden toegediend, niet beschouwd als geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in de zin van deze verordening.

Binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening dient de Commissie een verslag in over de vraag of de mate van harmonisatie die door middel van deze verordening en van Richtlijn 90/167/EEG van de Raad van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking in de Gemeenschap (17) tot stand is gebracht, gelijkwaardig is aan die waarin is voorzien bij Richtlijn 70/524/EEG; indien nodig doet zij dat verslag vergezeld gaan van voorstellen tot wijziging van de status van de onder die richtlijn vallende coccidiostatica en andere medicinale stoffen.

De Raad besluit over de voorstellen van de Commissie binnen één jaar nadat deze bij hem zijn ingediend.