Art. 68 Verordening (EEG) nr. 2309/93
1. Een vergunning voor het in de handel brengen van een onder de werkingssfeer van deze verordening vallend geneesmiddel mag slechts om de in deze verordening genoemde redenen worden geweigerd, gewijzigd, geschorst of ingetrokken.
2. Een vergunning voor het in de handel brengen van een onder de werkingssfeer van deze verordening vallend geneesmiddel mag slechts volgens de in deze verordening vermelde procedures worden verleend, geweigerd, gewijzigd, geschorst of ingetrokken.