Art. 7 Verordening (EEG) nr. 2019/93
1. Een steunbedrag per hectare wordt toegekend aan producenten en op grond van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad van 18 mei 1972 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (7) of Verordening (EEG) nr. 1360/78 van de Raad van 19 juni 1978 betreffende producentengroeperingen en unies van producentengroeperingen (8) erkende producentenorganisaties of -groeperingen die een door de bevoegde instanties goedgekeurd programma van initiatieven uitvoeren dat gericht is op de ontwikkeling en/of de diversificatie van de produktie en/of de verbetering van de kwaliteit van groenten, fruit en bloemen, van de hoofdstukken 6, 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur.
Deze initiatieven moeten vooral gericht zijn op de ontwikkeling van de produktie en op verbetering van de kwaliteit van de produkten, met name door omschakeling op andere rassen en teelttechnische verbeteringen. De initiatieven moeten passen in programma's met een looptijd van minstens drie jaar.
De steun wordt toegekend voor programma's die een oppervlakte van ten minste 0,3 ha betreffen.
2. De steun van de Gemeenschap bedraagt maximaal 500 ecu/ha. Dit bedrag wordt uitgekeerd als de inbreng van de Lid-Staat ten minste 300 ecu/ha en die van de individuele of gegroepeerde producenten ten minste 200 ecu/ha bedraagt. Als de bijdrage van de Lid-Staat en/of van de producenten kleiner is dan deze bedragen, wordt de steun van de Gemeenschap evenredig verlaagd.
De steun wordt tijdens de looptijd van het programma jaarlijks en gedurende maximaal drie jaar uitgekeerd.
3. De steun wordt verhoogd met 100 ecu/ha als het programma door een producentenorganisatie of -groepering wordt ingediend en uitgevoerd en als voor de uitvoering ervan een beroep wordt gedaan op technische bijstand. De verhoging van de steun wordt toegekend voor programma's die op een oppervlakte van ten minste 2 ha betrekking hebben.
4. Dit artikel is niet van toepassing op de teelt van consumptieaardappelen van de GN-codes 0701 90 51, 0701 90 59 en 0701 90 90, en ook niet op de teelt van pootaardappelen van GN-code 0701 10 00, noch op de produktie van tomaten van GN-code 0702.
5. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, met inbegrip van de controlevoorschriften, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 33 van Verordening (EEG) nr. 1035/72.