Art. 6 Verordening (EEG) nr. 2019/93
1. Voor de veehouderij wordt de volgende steun verleend:
- voor het mesten van mannelijke runderen wordt bovenop de in artikel 4, onder b), van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (5) bedoelde speciale premie, een toeslag van 40 ecu/dier toegekend. Deze toeslag mag worden verleend voor een dier met een volgens de procedure van lid 3 te bepalen minimumgewicht;
- bovenop de in artikel 4, onder d), van Verordening (EEG) nr. 805/68 bedoelde premie voor het aanhouden van zoogkoeien wordt aan de producenten van rundvlees een premietoeslag verleend van 40 ecu per zoogkoe die op de datum van indiening van de aanvraag van de premie in het bezit is van de producent, voor ten hoogste 40 koeien per bedrijf.
2. Daarnaast wordt steun verleend voor de particuliere opslag van de volgende plaatselijk bereide kaassoorten:
- feta minstens twee maanden oud;
- graviera, minstens drie maanden oud;
- ladotyri, minstens drie maanden oud;
- kefalograviera, minstens drie maanden oud.
Het steunbedrag wordt vastgesteld volgens de procedure van lid 3.
3. De Commissie stelt volgens de procedure van naar gelang het geval artikel 30 van Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (6) of artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 805/68 de bepalingen ter uitvoering van dit artikel, met inbegrip van de controlevoorschriften, vast.