Art. 7 Richtlijn 93/43/EEG
1. De Lid-Staten kunnen onder inachtneming van het Verdrag nationale bepalingen inzake de hygiëne die specifieker zijn dan die van deze richtlijn, handhaven, wijzigen of invoeren, op voorwaarde dat die bepalingen
- niet minder streng zijn dan die in de bijlage,
- geen beperking, belemmering of hinderpaal vormen voor het handelsverkeer in levensmiddelen die overeenkomstig deze richtlijn zijn vervaardigd.
2. In afwachting van de vaststelling van gedetailleerde bepalingen overeenkomstig artikel 4 kunnen de Lid-Staten onder inachtneming van het Verdrag nationale bepalingen ter zake handhaven, wijzigen of invoeren.
3. Indien een Lid-Staat het in de in de leden 2 en 3 bedoelde gevallen noodzakelijk acht een nieuwe wetgeving vast te stellen of de bestaande wetgeving te wijzigen, deelt hij de Commissie en de andere Lid-Staten de voorgenomen maatregelen mede met opgave van de beweegredenen daarvoor. De Commissie raadpleegt de Lid-Staten in het bij Besluit 69/414/EEG (7) ingestelde Permanent Comité voor levensmiddelen, wanneer zij zulks dienstig acht of wanneer een Lid-Staat daarom verzoekt.
De Lid-Staat kan de voorgenomen maatregelen drie maanden na deze mededeling invoeren, op voorwaarde dat hij geen andersluidend advies van de Commissie heeft ontvangen.
Indien dat wel het geval is, leidt de Commissie vóór het verstrijken van de in de tweede alinea bedoelde termijn de procedure van artikel 14 in om vast te stellen of de voorgenomen maatregelen in toepassing kunnen worden gebracht, eventueel met passende wijzigingen.