Art. 5 Richtlijn 93/38/EEG
1. De aanbestedende diensten kunnen een raamovereenkomst beschouwen als een opdracht in de zin van artikel 1, punt 4, en kunnen die toewijzen overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn.
2. Wanneer de aanbestedende diensten een raamovereenkomst hebben gesloten overeenkomstig het bepaalde in deze richtlijn, kunnen zij van artikel 20, lid 2, onder i), gebruik maken bij het plaatsen van op deze overeenkomst gebaseerde opdrachten.
3. Wanneer een raamovereenkomst niet overeenkomstig het bepaalde in deze richtlijn is gesloten, mogen de aanbestedende diensten geen gebruik maken van artikel 20, lid 2, onder i).
4. De aanbestedende diensten mogen geen oneigenlijk gebruik maken van raamovereenkomsten, met als gevolg dat de mededinging zou worden verhinderd, beperkt of vervalst.