Art. 37 Richtlijn 93/38/EEG

Richtlijn 93/38/EEG

1. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de algemene moeilijkheden, in feite of rechtens, die hun ondernemingen ondervinden om in derde landen opdrachten voor verrichten van diensten toegewezen te krijgen.

2. De Commissie dient, voor de eerste maal vóór 31 december 1994 en vervolgens periodiek, bij de Raad een verslag in betreffende de openstelling van opdrachten voor het verrichten van diensten in derde landen, alsook betreffende de stand van de onderhandelingen die daarover, met name in het kader van de GATT, met derde landen worden gevoerd.

3. Indien de Commissie, hetzij op grond van de in lid 2 bedoelde verslagen, hetzij op basis van andere informatie, vaststelt dat met betrekking tot het plaatsen van opdrachten voor het verrichten van diensten,

a) een derde land de ondernemingen van de Gemeenschap geen toegang verleent die vergelijkbaar is met die welke de Gemeenschap toekent aan ondernemingen van dat derde land,

b) de ondernemingen van de Gemeenschap in een derde land niet dezelfde behandeling of dezelfde concurrentiemogelijkheden krijgen als de binnenlandse ondernemingen, of

c) een derde land ondernemingen van andere derde landen gunstiger behandelt dan ondernemingen van de Gemeenschap,

moet zij zich bij het betrokken derde land ervoor beijveren deze situatie te verhelpen.

4. In de in lid 3 genoemde gevallen kan de Commissie te allen tijde de Raad voorstellen te besluiten dat het gunnen van opdrachten voor het verrichten van diensten gedurende een bepaalde periode wordt geschorst of beperkt ten aanzien van:

a) ondernemingen waarop de wetgeving van het betrokken derde land van toepassing is;

b) ondernemingen die met ondernemingen als onder a) bedoeld zijn verbonden en die hun statutaire zetel in de Gemeenschap hebben, maar die geen daadwerkelijke en directe band met de economie van een Lid-Staat hebben;

c) ondernemingen die inschrijvingen indienen welke betrekking hebben op diensten die hun oorsprong hebben in het betrokken derde land.

De Raad neemt zijn besluit zo spoedig mogelijk en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

De Commissie kan deze maatregelen uit eigen beweging of op verzoek van een Lid-Staat voorstellen.

5. Dit artikel laat de verplichtingen van de Gemeenschap ten aanzien van derde landen onverlet.

Vorige artikelen

Volgende artikelen