Art. 36 Richtlijn 93/38/EEG

Richtlijn 93/38/EEG

1. Dit artikel is van toepassing op aanbiedingen die produkten bevatten van oorsprong uit derde landen waarmee de Gemeenschap niet in multilateraal of bilateraal kader een overeenkomst heeft gesloten die de communautaire ondernemingen op vergelijkbare wijze daadwerkelijk toegang verschaft tot de markten van deze derde landen, zulks onverminderd de verplichtingen van de Gemeenschap of van haar Lid-Staten ten aanzien van derde landen.

2. Iedere aanbieding die wordt ingediend met het oog op de gunning van een opdracht voor leveringen, kan worden afgewezen wanneer het aandeel van de uit derde landen afkomstige goederen, waarvan de oorsprong wordt vastgesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 802/86 van de Raad van 27 juni 1968 betreffende de gemeenschappelijke definitie van het begrip "oorsprong van goederen"(16) , meer dan 50 % uitmaakt van de totale waarde van de goederen waarop deze aanbieding betrekking heeft.

Voor de toepassing van dit artikel wordt de programmatuur die in de apparatuur voor telecommunicatienetten worden gebruikt, beschouwd als goederen.

3. Behoudens het in lid 1 bepaalde wordt, wanneer twee of meer aanbiedingen volgens de gunningscriteria van artikel 34 gelijkwaardig zijn, de voorkeur gegeven aan de aanbieding die niet krachtens lid 2 kan worden afgewezen. Voor de toepassing van dit artikel wordt het bedrag van de aanbieding als gelijkwaardig beschouwd, indien het prijsverschil niet meer bedraagt dan 3 %.

4. Aan een aanbieding zal echter niet overeenkomstig lid 3 de voorkeur worden gegeven indien de aanbestedende dienst hierdoor genoodzaakt zou zijn apparatuur aan te schaffen met technische kenmerken die afwijken van de bestaande apparatuur, en dit tot onverenigbaarheid of tot technische moeilijkheden bij het gebruik of het onderhoud zou leiden of buitensporige kosten met zich zou brengen.

5. Voor de toepassing van dit artikel worden voor de bepaling van het in lid 2 bedoelde aandeel van uit derde landen afkomstige goederen de derde landen buiten beschouwing gelaten ten gunste waarvan de toepassing van deze richtlijn bij een besluit van de Raad overeenkomstig lid 1 is uitgebreid.

6. De Commissie brengt jaarlijks, en voor de eerste keer tijdens de tweede helft van 1991, bij de Raad verslag uit over de vooruitgang die is geboekt bij de multilaterale of bilaterale onderhandelingen over de toegang van de communautaire ondernemingen tot de markten van de derde landen op de onder deze richtlijn vallende gebieden, over alle ingevolge deze ondernemingen bereikte resultaten, alsmede over de daadwerkelijke toepassing van alle gesloten overeenkomsten.

In het licht van deze ontwikkelingen kan de Raad, op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, de bepalingen van dit artikel wijzigen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen