Art. 57 Verordening (EEG) nr. 3886/92, Overgang naar de nieuwe regeling inzake de speciale premie
1. Dieren waarvoor de speciale premie is toegekend op grond van het vroegere artikel 4 bis van Verordening (EEG) nr. 805/68 komen niet in aanmerking voor de in artikel 4b van Verordening (EEG) nr. 805/68 bedoelde speciale premie voor de eerste leeftijdstranche.
2. Lid-Staten die, met het oog op de toepassing van artikel 4b van Verordening (EEG) nr. 805/68, beslissen om van de algemene regeling inzake de toekenning van de speciale premie over te schakelen naar de regeling met toekenning bij het slachten of bij het voor het eerst op de markt brengen van dieren voor de slacht, of vice versa, mogen, voor uiterlijk op 31 maart 1993 ingediende aanvragen, beide regelingen parallel toepassen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4b en 4g van Verordening (EEG) nr. 805/68 en in deze verordening. In dit geval kunnen de Lid-Staten voorschrijven dat ten aanzien van het aanhouden van de dieren bepalingen gelden die analoog zijn aan die welke van toepassing zijn in het kader van de in Verordening (EEG) nr. 468/87 van de Raad (13) vervatte regeling.
Zij nemen de nodige maatregelen om te voorkomen dat de toepassing van het bepaalde in dit artikel tot gevolg heeft dat de premie tweemaal wordt toegekend voor dezelfde leeftijdstranche.
3. Totdat het in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 3508/92 bedoelde alfanumerieke systeem voor de identificatie en de registratie van de runderen wordt toegepast, geeft de producent in de aanvraag voor de speciale premie voor de tweede leeftijdstranche aan of zijn aanvraag betrekking heeft op niet-gecastreerde dieren.
4. In afwijking van het bepaalde in artikel 4
a) kunnen de Lid-Staten de periode voor het aanhouden van de dieren verkorten tot één maand per leeftijdstranche voor aanvragen die worden ingediend in de periode van 1 januari tot en met 28 februari 1993;
b) kunnen de Lid-Staten voor in januari 1993 ingediende aanvragen bepalen dat de periode voor het aanhouden van de dieren in december 1992 is begonnen. In dit geval moet bij de aanvraag een verklaring van de producent zijn gevoegd waarin hij bevestigt dat hij het betrokken dier ten minste een maand lang heeft gemest en dat zijn bedrijf over de produktiemiddelen beschikt waarmee hij dit dier in de betrokken periode heeft kunnen mesten.
5. Aan producenten op de Canarische eilanden die de speciale premie voor het eerst voor het kalenderjaar 1992 hebben aangevraagd, kan de premie worden toegekend onder de volgende voorwaarden:
a) er wordt een regionaal maximum vastgesteld dat overeenkomt met het volgens de statistieken in het door Spanje gekozen referentiejaar op het betrokken grondgebied aanwezige aantal in aanmerking komende dieren, en dat niet hoger mag zijn dan 25 000;
b) als het totale aantal dieren waarvoor een aanvraag wordt ingediend en die voldoen aan de voorwaarden voor de toekenning van de speciale premie, hoger is dan het vorenbedoelde regionaal maximum, wordt het aantal in het betrokken jaar in aanmerking komende dieren per producent naar evenredigheid verlaagd.