Art. 56 Verordening (EEG) nr. 3886/92, Mededelingen

Verordening (EEG) nr. 3886/92

1. Van 1994 af delen de Lid-Staten de Commissie elk jaar uiterlijk op 30 juni en met betrekking tot het voorafgaande kalenderjaar mede:

- het aantal mannelijke runderen waarvoor aanvragen voor de speciale premie zijn ingewilligd, onderverdeeld naar leeftijdstranche en met vermelding, in voorkomend geval, van de toekenning van de aanvullende premie voor bedrijven waarvan het veebezettingsgetal kleiner is dan 1,4 GVE per hectare;

- het aantal zoogkoeien waarvoor aanvragen voor de zoogkoeienpremie zijn ingewilligd, uitgesplitst in het aantal waarvoor premies op grond van artikel 4d, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 805/68 zijn aangevraagd, en het aantal waarvoor premies op grond van artikel 4d, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 805/68 zijn aangevraagd, met vermelding, in voorkomend geval, van de toekenning van de aanvullende premie voor bedrijven met een veebezettingsgetal van minder dan 1,4 GVE per hectare.

2. Van 1993 af delen de betrokken Lid-Staten de Commissie elk jaar uiterlijk op 1 augustus het aantal dieren mede waarvoor aanvragen voor de seizoencorrectiepremie zijn ingewilligd.