Art. 4 Verordening (EEG) nr. 3886/92, Periode gedurende welke de dieren moeten worden aangehouden
De dieren moeten worden aangehouden gedurende twee maanden, ingaande op de dag na die van indiening van de aanvraag.
De Lid-Staten kunnen evenwel bepalen dat de producent deze periode op een ander tijdstip kan laten ingaan, op voorwaarde dat de periode uiterlijk twee maanden na de datum van indiening van de aanvraag begint.