Art. 39 Verordening (EEG) nr. 2913/92

Verordening (EEG) nr. 2913/92

1. Wanneer de in artikel 38, lid 1, bedoelde verplichting ten gevolge van toeval of overmacht niet kan worden nagekomen, stelt de persoon op wie deze verplichting rust of iedere andere persoon die namens hem handelt, de douaneautoriteiten hiervan onverwijld in kennis. Wanneer de goederen bij het toeval of de overmacht niet volledig zijn teloorgegaan, dienen de douaneautoriteiten bovendien in kennis te worden gesteld van de juiste plaats waar deze goederen zich bevinden.

2. Wanneer een in artikel 38, lid 6, bedoeld schip of luchtvaartuig ten gevolge van toeval of overmacht wordt gedwongen het douanegebied van de Gemeenschap aan te doen of daar tijdelijk te verblijven zonder aan de in artikel 38, lid 1, bedoelde verplichting te kunnen voldoen, stelt de persoon die dit schip of luchtvaartuig het genoemde douanegebied heeft binnengebracht, of ieder ander die namens hem handelt, de douaneautoriteiten hiervan onverwijld in kennis.

3. De douaneautoriteiten stellen de maatregelen vast die in acht moeten worden genomen om het douanetoezicht op de in lid 1 bedoelde goederen en op de zich in het in lid 2 bedoelde geval aan boord van een schip of luchtvaartuig bevindende goederen mogelijk te maken en er in voorkomend geval voor te zorgen dat deze goederen vervolgens naar een douanekantoor of enige andere door hen aangewezen of goedgekeurde plaats worden overgebracht.