Art. 211 Verordening (EEG) nr. 2913/92

Verordening (EEG) nr. 2913/92

1. Een douaneschuld bij uitvoer ontstaat bij niet-nakoming van de voorwaarden waaronder de goederen het douanegebied van de Gemeenschap met gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij uitvoer konden verlaten.

2. De douaneschuld ontstaat op het tijdstip waarop de goederen een andere bestemming bereiken dan die op grond waarvan zij het douanegebied van de Gemeenschap met gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij uitvoer konden verlaten of, indien de douaneautoriteiten niet in staat zijn dit tijdstip te bepalen, het tijdstip waarop de termijn verstrijkt welke is vastgesteld om het bewijs te leveren dat aan de voorwaarden welke aan deze vrijstelling zijn verbonden, is voldaan.

3. Schuldenaar is de aangever. In geval van indirecte vertegenwoordiging is de persoon voor wiens rekening de aangifte wordt gedaan, eveneens schuldenaar.