Art. 205 Verordening (EEG) nr. 2913/92
1. Een douaneschuld bij invoer ontstaat indien aan rechten bij invoer onderworpen goederen in een vrije zone of in een vrij entrepot worden verbruikt of gebruikt op een andere wijze dan bij de geldende bepalingen is voorgeschreven.
Ingeval goederen verdwijnen en deze verdwijning niet ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden gerechtvaardigd, kunnen deze oordelen dat de goederen in de vrije zone of het vrije entrepot zijn verbruikt of gebruikt.
2. De douaneschuld ontstaat op het tijdstip waarop de goederen worden verbruikt of voor het eerst worden gebruikt op een andere wijze dan bij de geldende bepalingen is voorgeschreven.
3. Schuldenaar is de persoon die de goederen heeft verbruikt of gebruikt evenals de personen die aan dit verbruik of gebruik hebben deelgenomen, terwijl zij wisten of redelijkerwijze hadden moeten weten dat dit verbruik of gebruik op een andere wijze geschiedde dan bij de geldende bepalingen is voorgeschreven.
Indien de douaneautoriteiten bij verdwijning van goederen van oordeel zijn dat die goederen zijn verbruikt of gebruikt in de vrije zone of het vrije entrepot en het niet mogelijk is de voorgaande alinea toe te passen, is schuldenaar de persoon die, voor zover deze autoriteiten bekend, als laatste de goederen in zijn bezit heeft gehad.