Art. 199 Verordening (EEG) nr. 2913/92

Verordening (EEG) nr. 2913/92

1. De zekerheid kan niet worden vrijgegeven zolang de douaneschuld waarvoor zij werd gesteld, niet is tenietgegaan of nog kan ontstaan. Zodra de douaneschuld is tenietgegaan of niet meer kan ontstaan, dient de zekerheid onmiddellijk te worden vrijgegeven.

2. Indien de douaneschuld ten dele is tenietgegaan of voor een gedeelte van het bedrag waarvoor zekerheid werd gesteld, niet meer kan ontstaan, wordt de gestelde zekerheid op verzoek van de betrokkene dienovereenkomstig gedeeltelijk vrijgegeven, tenzij het betrokken bedrag zulks niet rechtvaardigt.