Art. 178 Verordening (EEG) nr. 2913/92
1. Indien een douaneschuld ontstaat ten aanzien van niet-communautaire goederen en de douanewaarde van deze goederen op een werkelijk betaalde of te betalen prijs berust die ook de kosten van het opslaan en het in goede staat bewaren van de goederen gedurende het verblijf in een vrije zone of een vrij entrepot omvat, dienen deze kosten niet in de douanewaarde te worden begrepen, op voorwaarde dat zij zijn te onderscheiden van de werkelijk voor de goederen betaalde of te betalen prijs.
2. Indien deze genoemde goederen in een vrije zone of een vrij entrepot bepaalde gebruikelijke behandelingen in de zin van artikel 109, lid 1, hebben ondergaan, wordt op verzoek van de aangever en op voorwaarde dat genoemde behandelingen met overeenkomstig lid 3 van genoemd artikel gegeven toestemming zijn geschied, voor het vaststellen van het bedrag van de rechten bij invoer uitgegaan van de soort, de douanewaarde en de hoeveelheid die, wat deze goederen betreft, op het in artikel 214 vermelde tijdstip in aanmerking zouden zijn genomen indien de betrokken goederen genoemde behandelingen niet zouden hebben ondergaan. Er kunnen evenwel afwijkingen van die bepaling worden vastgesteld volgens de procedure van het Comité.