Art. 170 Verordening (EEG) nr. 2913/92

Verordening (EEG) nr. 2913/92

1. Onverminderd artikel 168, lid 4, behoeven goederen bij binnenkomst in een vrije zone of een vrij entrepot niet bij de douaneautoriteiten te worden aangebracht en behoeft geen douaneaangifte te worden ingediend.

2. Bij de douane dienen slechts die goederen te worden aangebracht en douaneformaliteiten dienen slechts voor die goederen te worden vervuld:

a) die onder een douaneregeling zijn geplaatst welke door de binnenkomst van deze goederen in een vrije zone of een vrij entrepot wordt beëindigd; het aanbrengen is evenwel niet nodig indien in het kader van de betrokken douaneregeling vrijstelling van de verplichting tot het aanbrengen van de goederen wordt verleend;

b) waarvoor een beschikking tot terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer is gegeven, waarbij de plaatsing van deze goederen in een vrije zone of een vrij entrepot wordt toegestaan;

c) die onder de in artikel 166, onder b), bedoelde maatregelen vallen.

3. De douaneautoriteiten kunnen eisen dat de goederen die aan rechten bij uitvoer of aan andere bepalingen betreffende de uitvoer onderworpen zijn, bij de douanedienst worden aangemeld.

4. Op verzoek van de belanghebbende geven de douaneautoriteiten een verklaring af betreffende de communautaire of de niet-communautaire status van de in een vrije zone of een vrij entrepot geplaatste goederen.

C. Werking van de vrije zones en de vrije entrepots