Art. 133 Verordening (EEG) nr. 2913/92
De vergunning wordt slechts verleend:
a) aan in de Gemeenschap gevestigde personen;
b) indien het mogelijk is in de behandelde produkten de invoergoederen te identificeren;
c) indien de goederen na behandeling niet meer op economisch verantwoorde wijze kunnen worden teruggebracht tot de soort waartoe zij behoorden of tot de staat waarin zij zich bevonden toen zij onder de regeling werden geplaatst;
d) indien gebruikmaking van de regeling er niet toe kan leiden dat de gevolgen van de regels inzake oorsprong en inzake de kwantitatieve beperkingen welke op de ingevoerde goederen van toepassing zijn, worden ontdoken;
e) indien de regeling ertoe kan bijdragen dat het ontstaan of de instandhouding van een behandelingsactiviteit in de Gemeenschap wordt bevorderd, zonder dat de wezenlijke belangen van communautaire producenten van soortgelijke goederen worden geschaad (economische voorwaarden).