Art. 128 Verordening (EEG) nr. 2913/92

Verordening (EEG) nr. 2913/92

1. De vergunninghouder kan om terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer verzoeken indien hij, naar genoegen van de douaneautoriteiten, aantoont dat veredelingsprodukten die zijn verkregen uit invoergoederen die met toepassing van het terugbetalingssysteem in het vrije verkeer zijn gebracht:

- hetzij zijn uitgevoerd,

- hetzij, met het oog op de latere wederuitvoer ervan, onder de regeling douanevervoer, het stelsel van douane-entrepots, de regeling tijdelijke invoer, de regeling actieve veredeling - systeem inzake schorsing - dan wel in een vrije zone of een vrij entrepot zijn geplaatst.

mits voor het overige aan alle voorwaarden voor de toepassing van de regeling is voldaan.

2. Om een van de in lid 1, tweede streepje, bedoelde douanebestemmingen te krijgen, worden de veredelingsprodukten als niet-communautair beschouwd.

3. De termijn waarbinnen het verzoek om terugbetaling moet worden ingediend, wordt vastgesteld volgens de procedure van het Comité.

4. Veredelingsprodukten die overeenkomstig het bepaalde in lid 1 onder een douaneregeling of in een vrije zone of een vrij entrepot zijn geplaatst, mogen slechts met toestemming van de douaneautoriteiten in het vrije verkeer worden gebracht. De douaneautoriteiten verlenen deze toestemming wanneer de omstandigheden zulks rechtvaardigen.

In dit geval, en onverminderd artikel 122, onder b), wordt het terugbetaalde of kwijtgescholden bedrag van de rechten bij invoer geacht het bedrag van de douaneschuld te vormen.

5. Voor de vaststelling van het bedrag aan terug te betalen of kwijt te schelden rechten bij invoer is artikel 122, onder a), eerste streepje, mutatis mutandis van toepassing.

VI. Overige bepalingen