Art. 106 Verordening (EEG) nr. 2913/92
1. Bij een economische behoefte en mits het douanetoezicht er niet door in het gedrang komt, kunnen de douaneautoriteiten toestaan dat:
a) andere communautaire goederen dan die bedoeld in artikel 98, lid 1, onder b), in de ruimten van het douane-entrepot worden opgeslagen;
b) niet-communautaire goederen in de ruimten van het douane-entrepot, in het kader van de regeling actieve veredeling en onder de bij die regeling vastgestelde voorwaarden, veredelingshandelingen ondergaan. De formaliteiten die in een douane-entrepot achterwege kunnen worden gelaten, worden bepaald volgens de procedure van het Comité;
c) niet-communautaire goederen in de ruimten van het douane-entrepot, in het kader van de regeling behandeling onder douanetoezicht en onder de bij die regeling vastgestelde voorwaarden, behandelingen ondergaan. De formaliteiten die in een douane-entrepot achterwege kunnen worden gelaten, worden bepaald volgens de procedure van het Comité.
2. In de in lid 1 bedoelde gevallen bevinden de goederen zich niet onder het stelsel van douane-entrepots.
3. De douaneautoriteiten kunnen eisen dat de in lid 1 bedoelde goederen in de bij artikel 105 voorgeschreven voorraadadministratie worden opgenomen.