Art. 19 Verordening (EEG) nr. 684/92
Uitvoering De Lid-Staten stellen vóór 1 juni 1992, na raadpleging van de Commissie, de maatregelen vast die nodig zijn om deze verordening ten uitvoer te leggen en zij stellen de Commissie daarvan in kennis.
De Lid-Staten nemen maatregelen die met name betrekking hebben op de middelen ter uitvoering van de controle, alsmede op de toe te passen sancties in geval van inbreuk. Zij zien erop toe dat al deze maatregelen zonder discriminatie op grond van nationaliteit of vestigingsplaats van de vervoerder ten uitvoer worden gelegd.