Art. 19 Derde levensrichtlijn

Richtlijn 92/96/EEG (Derde levensrichtlijn)

De premies voor nieuwe zaken moeten voldoende zijn om de verzekeringsonderneming volgens redelijke actuariële hypothesen in staat te stellen aan al haar verplichtingen te voldoen en met name toereikende technische voorzieningen te vormen.

Hiertoe kan rekening worden gehouden met alle aspecten van de financiële positie van de verzekeringsonderneming, zonder dat de inbreng van aan deze premies en de opbrengst daarvan vreemde middelen een systematisch en permanent karakter heeft, waardoor de solvabiliteit van de onderneming op termijn in gevaar zou kunnen komen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen