Art. 54

1. Onverminderd andersluidende bepalingen kan een Lid-Staat waar overeenkomsten tot dekking van risico's van branche 2 van punt A van de bijlage bij Richtlijn 73/239/EEG de door het wettelijk stelsel van sociale zekerheid geboden dekking geheel of gedeeltelijk kunnen vervangen, verlangen dat deze overeenkomst voldoet aan de door die Lid-Staat vastgestelde bijzondere wettelijke bepalingen ter bescherming van het algemeen belang waarop deze verzekering betrekking heeft, en dat de bevoegde autoriteiten van deze Lid-Staat in kennis worden gesteld van de algemene en bijzondere voorwaarden van deze verzekering, alvorens deze in omloop wordt gebracht.

2. De Lid-Staten kunnen eisen dat de ziektekostenverzekering in de zin van lid 1 - wat de technische aspecten betreft - op een met levensverzekeringen vergelijkbare wijze wordt behandeld waarbij:

- de premies worden berekend op basis van ziektetabellen en andere relevante statistische gegevens van de Lid-Staat waar het risico is gelegen volgens de bij verzekeringen gehanteerde wiskundige methode,

- een reserve voor veroudering wordt aangelegd,

- de verzekeringsonderneming de overeenkomst slechts mag opzeggen binnen een door de Lid-Staat waar het risico is gelegen, vastgestelde periode,

- de overeenkomst voorziet in de mogelijkheid dat ook bij lopende contracten premies kunnen worden verhoogd en de uitbetalingen verlaagd,

- de overeenkomst voorziet in de mogelijkheid dat de verzekeringnemer zijn lopende overeenkomst wijzigt in een nieuwe overeenkomst die in overeenstemming is met lid 1 en die door dezelfde verzekeringsonderneming of hetzelfde bijkantoor wordt aangeboden en waarbij met zijn verkregen rechten rekening wordt gehouden. Inzonderheid dient de voor veroudering aangelegde reserve in aanmerking te worden genomen, en een nieuw medisch onderzoek mag slechts worden verlangd wanneer de dekking wordt uitgebreid.

In dit geval maken de bevoegde autoriteiten van deze Lid-Staten de bedoelde ziektetabellen en andere in de eerste alinea bedoelde relevante statistische gegevens bekend en zenden zij die toe aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van herkomst. De premies moeten op basis van redelijke actuariële hypothesen voldoende zijn om de verzekeringsondernemingen in staat te stellen om, gelet op alle aspecten van hun financiële situatie, aan al hun verplichtingen te voldoen. De Lid-Staat van herkomst eist dat de technische grondslag voor de premieberekening aan de bevoegde autoriteiten van die Lid-Staat wordt meegedeeld, alvorens het produkt in omloop wordt gebracht. Het bepaalde in dit lid is eveneens van toepassing, wanneer bestaande verzekeringspolissen worden gewijzigd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen