Art. 23
1. Met het oog op een uniforme toepassing van artikel 22 zijn de bepalingen van de volgende leden van toepassing.
2. In de Gemeenschap mogen alleen worden ingevoerd melk of produkten op basis van melk:
a) die afkomstig zijn uit een derde land dat voorkomt op een lijst die overeenkomstig lid 3, onder a), zal worden opgesteld;
b) die vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat overeenkomstig een model dat volgens de procedure van artikel 31 zal worden opgesteld, ondertekend door de bevoegde autoriteit van het exporterende land, waarin wordt verklaard dat deze melk en deze produkten op basis van melk voldoen aan de eisen van hoofdstuk II of de eventuele aanvullende eisen of de gelijkwaardige garanties als bedoeld in lid 3 bieden en dat zij afkomstig zijn van inrichtingen die de in bijlage B bedoelde garanties bieden.
3. Volgens de procedure van artikel 31 worden vastgesteld:
a) een voorlopige lijst van derde landen of delen van derde landen die de Lid-Staten en de Commissie garanties kunnen bieden die gelijkwaardig zijn aan die bedoeld in hoofdstuk II alsmede de lijst van de inrichtingen waarvoor zij deze garanties kunnen bieden.
Deze voorlopige lijst wordt opgesteld aan de hand van de lijsten van de door de bevoegde autoriteiten erkende en geïnspecteerde inrichtingen nadat de Commissie zich er van tevoren van heeft vergewist dat deze inrichtingen in overeenstemming zijn met de algemene beginselen en voorschriften van deze richtlijn;
b) het bijwerken van deze lijst afhankelijk van de in lid 4 bedoelde controles;
c) de voor derde landen vastgestelde specifieke eisen en gelijkwaardige garanties die niet gunstiger mogen zijn dan die van hoofdstuk II;
d) het type warmtebehandeling dat moet worden voorgeschreven voor bepaalde derde landen die in veterinairrechtelijk opzicht een risico inhouden.
4. Deskundigen van de Commissie en van de Lid-Staten verrichten controles ter plaatse om na te gaan of de door het derde land geboden garanties inzake de voorwaarden voor de produktie en het in de handel brengen kunnen worden beschouwd als gelijkwaardig aan die welke in de Gemeenschap gelden.
De met deze controles belaste deskundigen van de Lid-Staten worden aangewezen door de Commissie op voordracht van de Lid-Staten.
Deze controles worden uitgevoerd in opdracht van de Gemeenschap, die alle ermee gemoeide kosten draagt. De frequentie en de wijze van uitvoering van deze controles, met inbegrip van de controles die moeten worden verricht bij een besluit overeenkomstig lid 6, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 31.
5. In afwachting van de organisatie van de in lid 4 bedoelde controles blijven de nationale bepalingen inzake inspectie in de derde landen van toepassing, met dien verstande dat de tijdens de inspecties geconstateerde overtredingen van de hygiënevoorschriften aan het Permanent Veterinair Comité moeten worden medegedeeld.
6. De Raad kan op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten, in plaats van een afzonderlijke erkenning van de melkbehandelings- of de melkverwerkingsinrichtingen, op basis van wederkerigheid, de inrichtingen van een derde land te erkennen die door de bevoegde autoriteit van dat land regelmatig doeltreffend worden gecontroleerd, zodat die autoriteit kan garanderen dat aan de eisen van lid 2, onder b), wordt voldaan.