Art. 9
1. Zodra de diagnose van aviaire influenza officieel is bevestigd, zien de Lid-Staten erop toe dat de bevoegde autoriteit rond het besmette bedrijf een besmettingsgebied afbakent, bestaande uit een beschermingsgebied met een straal van ten minste 3 km en een toezichtgebied met een straal van ten minste 10 km. Bij de instelling van deze gebieden moet rekening worden gehouden met factoren van geografische, administratieve, ecologische en epizooetiologische aard in verband met aviaire influenza alsmede met de controlestructuren.
2. In het beschermingsgebied gelden met name de volgende maatregelen:
a) alle bedrijven in het gebied waar pluimvee wordt gehouden, worden geïdentificeerd;
b) alle bedrijven waar pluimvee wordt gehouden, worden op gezette tijden bezocht, waarbij het pluimvee klinisch wordt onderzocht en, voor zover nodig, monsters voor laboratoriumonderzoek worden genomen; de gegevens en de resultaten van die bezoeken moeten worden geregistreerd;
c) het pluimvee moet in de lokalen blijven waarin het is gehuisvest, of op een andere plaats waar het kan woren geïsoleerd;
d) bij de in- en uitgangen van de bedrijven dienen adequate ontsmettingsvoorzieningen beschikbaar te zijn;
e) verplaatsingen van personen die in contact komen met pluimvee, pluimveekadavers en eieren, en van voertuigen waarmee pluimvee, pluimveekadavers en eieren binnen het gebied worden vervoerd, worden gecontroleerd; in het algemeen wordt alle vervoer van pluimvee verboden, met uitzondering van doorvoer via de hoofdwegen of hoofdlijnen van het spoorwegnet;
f) pluimvee en broedeieren mogen niet van de bedrijven waar ze zich bevinden, worden afgevoerd, tenzij de bevoegde autoriteit toestemming heeft verleend voor het vervoer van:
i) pluimvee naar een slachting die bij voorkeur gelegen is binnen het besmette gebied of, indien dit niet mogelijk is, naar een door de bevoegde autoriteit aangewezen slachterij buiten dat gebied, om daar onmiddellijk te worden geslacht. Het vlees van dit pluimvee wordt voorzien van het bijzondere merk als bedoeld in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 91/494/EEG (8);
ii) eendagskuikens en legrijpe kippen naar een bedrijf binnen het toezichtgebied waar geen ander pluimvee aanwezig is. Het betrokken bedrijf wordt onder officieel toezicht geplaatst als bedoeld in artikel 8, lid 2;
iii) broedeieren naar een door de bevoegde autoriteit aangewezen broederij; vóór verzending moeten de eieren en de verpakkingen worden ontsmet. Het onder i), ii) en iii) bedoelde vervoer moet rechtstreeks en onder officieel toezicht geschieden. Het vervoer mag slechts worden toegestaan nadat de officiële dierenarts op het bedrijf een gezondheidsinspectie heeft verricht. De gebruikte vervoermiddelen moeten vóór en na gebruik worden gereinigd en ontsmet;
g) gebruikt strooisel en pluimveemest mogen niet zonder toestemming worden afgevoerd en verspreid;
h) jaarbeurzen, markten, tentoonstellingen en andere evenementen waarbij pluimvee of andere vogels worden bijeengebracht, worden verboden.
3. De maatregelen in het beschermingsgebied mogen ten vroegste worden opgeheven 21 dagen nadat op het besmette bedrijf de reinigings- en ontsmettingswerkzaamheden zijn uitgevoerd overeenkomstig artikel 11. Het beschermingsgebied maakt vanaf dat ogenblik deel uit van het toezichtgebied.
4. In het toezichtgebied gelden met name de volgende maatregelen:
a) alle bedrijven in het gebied, waar pluimvee wordt gehouden, worden geïdentificeerd;
b) verplaatsingen van pluimvee en broedeieren binnen het gebied worden gecontroleerd;
c) het pluimvee mag de eerste vijftien dagen het gebied niet verlaten, tenzij om rechtstreeks te worden vervoerd naar een door de bevoegde autoriteit aangewezen slachterij buiten het toezichtgebied. Het vlees van dit pluimvee wordt voorzien van het bijzondere merk als bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 91/494/EEG;
d) broedeieren mogen het toezichtgebied niet verlaten, tenzij om naar een door de bevoegde autoriteit aangewezen broederij te worden gebracht. Vóór verzending moeten de eieren en de verpakkingen worden ontsmet;
e) gebruikt strooisel en pluimveemest mogen niet uit het gebied worden afgevoerd;
f) jaarbeurzen, markten, tentoonstellingen en andere evenementen waarbij pluimvee of andere vogels worden bijeengebracht, worden verboden;
g) onverminderd het bepaalde onder b) en c), wordt het vervoer van pluimvee binnen het gebied verboden, met uitzondering van doorvoer via de hoofdwegen of de hoofdlijnen van het spoorwegnet.
5. De maatregelen in het toezichtgebied worden ten vroegste opgeheven 30 dagen nadat op het besmette bedrijf de reinigings- en ontsmettingswerkzaamheden zijn uitgevoerd overeenkomstig artikel 11.
6. Indien deze gebieden op het grondgebied van verschillende Lid-Staten zijn gelegen, bakenen de bevoegde autoriteiten van de betrokken Lid-Staten de in lid 1 bedoelde gebieden af in onderling overleg. Zo nodig worden het beschermingsgebied en het toezichtgebied evenwel afgebakend volgens de procedure van artikel 21.