Art. 20 Richtlijn 92/33/EEG
1. In de Lid-Staten worden, zo nodig, op monsters proeven of tests uitgevoerd om na te gaan of het teeltmateriaal en het plantgoed van groentegewassen voldoen aan de eisen en voorwaarden van deze richtlijn, met inbegrip van de fytosanitaire voorschriften. De Commissie kan de proeven door vertegenwoordigers van de Lid-Staten en van de Commissie laten inspecteren.
2. Volgens de procedure van artikel 21 kan worden beslist of het noodzakelijk is op communautair niveau proeven of tests uit te voeren met hetzelfde doel als beoogd in lid 1. De Commissie kan de proeven door vertegenwoordigers van de Lid-Staten en van de Commissie laten inspecteren.
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde proeven of tests zijn erop gericht de technische methoden voor het onderzoek van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen te harmoniseren. Over de proeven of tests worden voortgangsrapporten opgesteld die als vertrouwelijk document aan de Lid-Staten en aan de Commissie worden toegezonden.
4. De Commissie zorgt ervoor dat in passende gevallen in het bij artikel 21 ingestelde Comité regelingen worden getroffen voor de cooerdinatie, de uitvoering en de inspectie van de in de leden 1 en 2 bedoelde proeven alsmede voor de beoordeling van de uitkomsten van die proeven. Wanneer fytosanitaire aspecten ter sprake komen, brengt de Commissie het Permanent Planteziektenkundig Comité op de hoogte. Zo nodig worden specifieke regelingen vastgesteld. Bij de proeven worden ook teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen onderzocht die in derde landen zijn geproduceerd.