Art. 16 Richtlijn 92/33/EEG
1. Volgens de procedure van artikel 21 wordt besloten of teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die in een derde land zijn geproduceerd en dezelfde garanties bieden inzake verplichtingen van de leverancier, identiteit, kenmerken, fytosanitaire aspecten, substraat, verpakking, voorschriften met betrekking tot inspectie, waarmerking en plombering, in al deze opzichten gelijkwaardig zijn aan teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die in de Gemeenschap zijn geproduceerd en aan de eisen en voorschriften van deze richtlijn voldoen.
2. In afwachting van het in lid 1 bedoelde besluit kunnen de Lid-Staten tot 1 januari 1993 en onverminderd Richtlijn 77/93/EEG op de invoer van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen uit derde landen voorwaarden toepassen die ten minste gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden die op tijdelijke of permanente basis zijn opgenomen in de in artikel 4 bedoelde schema's. Indien in deze schema's niet in dergelijke voorwaarden is voorzien, dienen de voorwaarden voor de invoer ten minste gelijkwaardig te zijn aan de voorwaarden die gelden voor de produktie in de betrokken Lid-Staat.
In afwachting van het in lid 1 bedoelde besluit kan bovengenoemde termijn volgens de procedure van artikel 21 voor de onderscheiden derde landen verlengd worden.
Voor teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die door een Lid-Staat worden ingevoerd overeenkomstig een besluit dat die Lid-Staat overeenkomstig de eerste alinea heeft genomen, mogen ten aanzien van de in lid 1 vermelde punten in andere Lid-Staten geen beperkingen voor het in de handel brengen gelden.