Art. 8 Verordening (EEG) nr. 3922/91
1. Geen van bovenstaande bepalingen belet een Lid-Staat onmiddellijk te reageren wanneer zich bij een ongeval of incident of bij normaal gebruik een veiligheidsprobleem voordoet met betrekking tot een overeenkomstig deze verordening ontworpen, vervaardigd, gebruikt of onderhouden produkt of een bij deze taken betrokken persoon, procedure of organisme. Wanneer het veiligheidsprobleem het gevolg is van:
- de ontoereikendheid van het bij toepassing van de gemeenschappelijke technische voorschriften en administratieve procedures bereikte veiligheidsniveau, of - een leemte in de gemeenschappelijke technische voorschriften en administratieve procedures,
stelt de Lid-Staat de Commissie en de Lid-Staten onmiddellijk in kennis van de genomen maatregelen, onder opgave van de beweegredenen.
2. In dat geval treedt de Commissie zo spoedig mogelijk in overleg met de Lid-Staten. Wanneer het ontoereikende veiligheidsniveau of een leemte in de gemeenschappelijke technische voorschriften en administratieve procedures wordt bevestigd, dient de Commissie de passende voorstellen in, overeenkomstig de procedures van artikel 4 en/of artikel 11.