Art. 38 Verordening (EEG) nr. 2328/91
1. Voor het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek gelden de volgende bijzondere bepalingen:
a) De regelingen bedoeld in de titels I en II, worden met ingang van het verkoopseizoen 1991/1992 toegepast.
b)
In afwijking van artikel 2, lid 2, komt grond die wordt gebruikt voor de aardappelteelt, in aanmerking voor steun voor het uit produktie nemen van bouwland.
c)
Wanneer de oppervlakte bouwland, inclusief eventueel de grond die wordt gebruikt voor de teelt van aardappelen, van een bedrijf als bedoeld in artikel 2, lid 2, meer dan 750 hectare bedraagt, wordt de in lid 3 van dat artikel gestelde voorwaarde, dat ten minste 20 % van dat bouwland uit produktie wordt genomen, vervangen door de voorwaarde, dat ten minste 150 hectare bouwland uit produktie wordt genomen.
d)
Bij de oprichting van gezinsbedrijven:
- is de in artikel 5, lid 2, eerste streepje, vermelde voorwaarde niet van toepassing;
- kan Duitsland de in de artikelen 10 en 11 bedoelde steun verlenen aan landbouwers die jonger zijn dan 55 jaar; de steun die wordt verleend aan landbouwers van 40 jaar en ouder komt echter niet in aanmerking voor financiering uit het Fonds.
e)
De in artikel 6, lid 3, tweede alinea, en in artikel 9, lid 4, eerste streepje, gestelde voorwaarden zijn niet van toepassing op de steun die wordt verleend in het kader van de oprichting van nieuwe gezinsbedrijven of van de herstructurering van cooeperatieve bedrijven, als het aantal melkkoeien op het totale aantal nieuwe of geherstructureerde bedrijven niet groter is dan het aantal melkkoeien dat tevoren op de oude bedrijven werd gehouden.
Als de Raad op 31 december 1990 geen regeling heeft vastgesteld voor de aanvragen die op of na 1 januari 1991 worden ingediend voor investeringssteun in de sector varkenshouderij, zijn de in artikel 6, lid 4, en in artikel 9, lid 4, tweede alinea, tweede streepje, voor die sector gestelde voorwaarden in verband met het aantal varkensplaatsen niet van toepassing op de steun die wordt verleend in het kader van de oprichting van nieuwe gezinsbedrijven of van de herstructurering van cooeperatieve bedrijven als het aantal varkensplaatsen op het totale aantal nieuwe of geherstructureerde bedrijven niet groter is dan het aantal varkensplaatsen dat tevoren bestond in de oude bedrijven.
f)
Het in artikel 7, lid 2, eerste alinea, vermelde investeringsvolume wordt verhoogd tot 140 000 ecu per VAK en 280 000 ecu per bedrijf.
g)
In het kader van de herstructurering van de cooeperatieve bedrijven is artikel 9, lid 5, eveneens van toepassing op samenwerkingsverbanden die niet de juridische vorm van cooeperatie aannemen.
h)
In 1991 kan een bijzondere steunregeling worden toegepast voor bedrijven in probleemgebieden die zijn bepaald volgens door Duitsland vast te stellen criteria. In die periode is titel VI niet van toepassing op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek.
De uitgaven in het kader van die bijzondere steunregeling komen niet in aanmerking voor financiering uit het Fonds.
2. Het bepaalde in lid 1, onder b) tot en met g), is van toepassing tot en met 31 december 1993.
Uiterlijk einde 1992 dient de Commissie bij het Europese Parlement en de Raad een verslag in over de tenuitvoerlegging en het verloop van de steunmaatregelen en structurele maatregelen. Afhankelijk van de verkregen resultaten en de ontwikkeling van de situatie kan de Commissie eventueel voorstellen doen om de doeltreffendheid van deze maatregelen te vergroten.