Art. 36 Verordening (EEG) nr. 2328/91, Overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 4253/88 zorgen de Lid-Staten voor een efficiënte controle
die ten minste verificatie van de belangrijkste onderdelen van de verbintenis van de begunstigde en van de bewijsstukken omvat, alsmede controles ter plaatse om na te gaan of de gegevens in de aanvraag om bijstand met de werkelijke situatie in overeenstemming zijn.
In voorkomend geval worden de bepalingen ter uitvoering van dit artikel vastgesteld volgens de procedure van artikel 29 van Verordening (EEG) nr. 4253/88.