Art. 3 Richtlijn 91/630/EEG

Richtlijn 91/630/EEG

De Lid-Staten zien erop toe dat:

1. - met ingang van 1 januari 1994 alle nieuw gebouwde of verbouwde en/of na die datum voor het eerst in gebruik genomen bedrijven ten minste aan de volgende eisen voldoen:

de vrije ruimte per in groep gehouden gespeend varken of gebruiksvarken bedraagt ten minste:

- 0,15 m$ voor varkens met een gemiddeld gewicht van ten hoogste 10 kg,

- 0,20 m$ voor varkens met een gemiddeld gewicht tussen 10 en 20 kg,

- 0,30 m$ voor varkens met een gemiddeld gewicht tussen 20 en 30 kg,

- 0,40 m$ voor varkens met een gemiddeld gewicht tussen 30 en 50 kg,

- 0,55 m$ voor varkens met een gemiddeld gewicht tussen 50 en 85 kg,

- 0,65 m$ voor varkens met een gemiddeld gewicht tussen 85 en 110 kg,

- 1,00 m$ voor varkens met een gemiddeld gewicht van meer dan 110 kg;

- bovengenoemde minimumnormen met ingang van 1 januari 1998 voor alle bedrijven gelden;

2. het na 31 december 1995 verboden is installaties te bouwen of in te richten waarin zeugen en gelten worden aangebonden.

Het gebruik van vóór 1 januari 1996 gebouwde installaties die niet aan de voorschriften van punt 1 beantwoorden, kan evenwel door de bevoegde instantie voor een periode die in geen geval langer is dan tot en met 31 december 2005, worden toegestaan in het licht van de resultaten van de in artikel 7, lid 1, bedoelde inspecties.

De bepalingen van dit artikel gelden niet voor bedrijven met minder dan zes varkens of met minder dan vijf zeugen en hun biggen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen