Art. 12 Richtlijn 91/477/EEG

Richtlijn 91/477/EEG

1. Behalve wanneer de procedure van artikel 11 wordt gevolgd, is het voorhanden hebben van een vuurwapen gedurende een reis door twee of meer Lid-Staten slechts toegestaan, indien de belanghebbende van genoemde Lid-Staten een vergunning heeft verkregen.

De Lid-Staten kunnen deze vergunning verlenen voor één of meer reizen en voor een periode van maximaal één jaar, die kan worden verlengd. Deze vergunning wordt vermeld op de Europese wapenpas die de reiziger op elk verzoek van de autoriteiten van de Lid-Staten moet overleggen.

2. In afwijking van lid 1 mogen jagers voor wat de categorieën C en D betreft, en sportschutters, voor wat de categorieën B, C en D betreft, voor de uitoefening van hun activiteit zonder voorafgaande vergunning gedurende een reis door twee of meer Lid-Staten één of meer van deze vuurwapens voorhanden hebben, op voorwaarde dat zij in het bezit zijn van de Europese vuurwapenpas voor dat wapen of die wapens en dat zij de reden van de reis kunnen aantonen, met name door een uitnodiging over te leggen.

Deze afwijking geldt echter niet voor reizen naar een Lid-Staat die verwerving en voorhanden hebben van het betrokken wapen verbiedt of krachtens artikel 8, lid 3, aan een vergunning onderwerpt; in dit geval wordt daarvan op de Europese vuurwapenpas uitdrukkelijk melding gemaakt.

In de context van het in artikel 17 bedoelde verslag onderzoekt de Commissie, in overleg met de Lid-Staten, eveneens de resultaten van de toepassing van de tweede alinea, met name wat de gevolgen daarvan voor de openbare orde en veiligheid betreft.

3. Door middel van overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning van nationale documenten kunnen twee of meer Lid-Staten voor het reizen met een vuurwapen op hun grondgebied een soepeler regeling vaststellen dan die van dit artikel.