Art. 2
1. In de uitoefening van beroep of bedrijf mogen eieren binnen de Gemeenschap slechts verhandeld worden wanneer zij voldoen aan de bepalingen van deze verordening.
2. De bepalingen inzake sorteren en merken zijn evenwel niet van toepassing op eieren:
a) die rechtstreeks van de plaats van produktie worden vervoerd naar een pakstation of naar een markt waartoe, als kopers, alleen toegang hebben groothandelaars wier bedrijf overeenkomstig artikel 5 is erkend als pakstation, dan wel bedrijven uit de levensmiddelenindustrie die overeenkomstig Richtlijn 89/437/EEG van de Raad van 20 juni 1989 inzake hygiëne- en gezondheidsvraagstukken bij de bereiding en het in de handel brengen van eiprodukten [4] zijn erkend en die de eieren zullen verwerken,
b) die in de Gemeenschap zijn geproduceerd en ter verwerking worden geleverd aan bedrijven uit de levensmiddelenindustrie die overeenkomstig Richtlijn 89/437/EEG zijn erkend.
3. Deze verordening is niet van toepassing op eieren die rechtstreeks door de producent aan de consument, voor diens persoonlijke behoeften, worden afgegeven op zijn bedrijf, op een plaatselijke openbare markt, met uitzondering van veilingen, of door verkoop aan de deur, op voorwaarde dat de eieren afkomstig zijn uit de produktie van zijn eigen bedrijf, dat zij niet zijn verpakt overeenkomstig de artikelen 10, 11 en 12 en dat geen enkele van de in deze verordening genoemde vermeldingen betreffende de kwaliteits- en gewichtsklassen wordt gebruikt.
4. Deze verordening is niet van invloed op bepalingen inzake veterinaire en gezondheidskwesties, alsmede levensmiddelen, die zijn vastgesteld met het oog op de hygiënische en gezondheidsnormen voor de produkten of ter bescherming van de gezondheid van dieren of mensen.