Art. 21 Richtlijn 90/539/EEG
1. Het pluimvee en de broedeieren moeten afkomstig zijn uit derde landen of uit delen van derde landen die voorkomen op een lijst die door de Commissie volgens de procedure van
artikel 32 wordt opgesteld. De betrokken lijst kan volgens de procedure van artikel 33 worden gewijzigd of aangevuld.
2. Ten einde te bepalen of een derde land of een deel van een derde land op de in lid 1 bedoelde lijst kan worden geplaatst, wordt met name rekening gehouden met:
a) de gezondheidstoestand van het pluimvee, de andere huisdieren en de in het wild levende dieren in dit derde land, waarbij vooral wordt gelet op exotische dierziekten, alsmede met de gezondheidssituatie in de omgeving van dat land, voor zover die voor de gezondheid van mens en dier in de Lid-Staten gevaar kunnen opleveren;
b)
de regelmaat en de snelheid waarmee dit land informatie verstrekt over de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten op zijn grondgebied, met name ziekten die zijn vermeld in de lijsten A en B van het Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten;
c)
de voorschriften van dit land met betrekking tot preventie en bestrijding van dierziekten;
d)
de structuur van de veterinaire diensten in het betrokken land en de bevoegdheden waarover die diensten beschikken;
e)
de organisatie en uitvoering van preventie en bestrijding, in dit land, van besmettelijke dierziekten;
f)
de garanties die dit land kan geven wat betreft de naleving van het bepaalde in deze richtlijn;
g)
het naleven van de communautaire voorschriften inzake hormonen en residuen.
3. De in lid 1 bedoelde lijst en de daarin aangebrachte wijzigingen worden bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.