Art. 2 Richtlijn 90/531/EEG

Richtlijn 90/531/EEG

1. Deze richtlijn geldt voor de aanbestedende diensten die:

a)overheidsdiensten of openbare bedrijven zijn en die een van de in lid 2 als relevant in de zin van deze richtlijn aangemerkte activiteiten tot taak hebben;

b)of die, indien het geen overheidsdiensten of openbare bedrijven betreft, een van de in lid 2 als relevant in de zin van deze richtlijn aangemerkte activiteiten of een combinatie daarvan tot taak hebben en die bijzondere of uitsluitende rechten genieten die hun door een bevoegde instantie van een Lid-Staat zijn verleend.

2. Relevante activiteiten in de zin van deze richtlijn zijn:

a)de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten die aan het publiek een dienst verlenen op het gebied van de produktie, het vervoer of de distributie van:

iii)drinkwater, of

iii)elektriciteit, of

iii)gas of warmte;

of de drinkwater-, elektriciteits-, gas- of warmtetoevoer aan die netten;

b)de exploitatie van een geografisch gebied met het oogmerk van

ii)prospectie of winning van aardolie, gas, steenkool of andere vaste brandstoffen, of

ii)het verstrekken van luchthaven-, zeehaven-, binnenhaven- of andere aanlandingsfaciliteiten voor vervoer door de lucht, over zee of over de binnenwateren;

c)de exploitatie van netten van openbare dienstverlening op het gebied van vervoer per trein, automatische systemen, tram, trolleybus of bus of kabel.

Ten aanzien van vervoersdiensten wordt er vanuit gegaan dat er een net bestaat, indien de dienst wordt verleend onder voorwaarden die gesteld zijn door een bevoegde instantie van een Lid-Staat, zoals de te volgen routes, de beschikbaar te stellen capaciteit of de frequentie van de dienst;

d)de beschikbaarstelling of exploitatie van openbare telecommunicatienetwerken of het verschaffen van één

of meer openbare telecommunicatiediensten aan het

publiek.

3. Voor de toepassing van lid 1, onder b), worden onder bijzondere of uitsluitende rechten verstaan: rechten voortvloeiende uit een machtiging die door een bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat is gegeven door middel van elke wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van een in lid 2 omschreven activiteit voorbehouden blijft aan een of meer diensten.

Een aanbestedende dienst wordt geacht bijzondere of uitsluitende rechten te genieten, met name indien:

a)deze dienst voor de aanleg van netten of faciliteiten, als bedoeld in lid 2, gebruik kan maken van een onteigeningsprocedure of een erfdienstbaarheid kan vestigen, dan wel delen van het net kan aanbrengen op, onder of boven de openbare weg;

b)deze dienst in het in lid 2, onder a), genoemde geval drinkwater, elektriciteit, gas of warmte toevoert aan een net dat wordt geëxploiteerd door een dienst die bijzondere of uitsluitende rechten geniet die zijn verleend door een bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat.

4. Het verzorgen van een openbare busdienst wordt niet beschouwd als een activiteit in de zin van lid 2, onder c), indien andere diensten vrijelijk deze dienstverlening, algemeen dan wel voor een bepaald geografisch gebied onder dezelfde voorwaarden als de aanbestedende diensten kunnen verrichten.

5. De toevoer van drinkwater, elektriciteit, gas of warmte aan netten voor dienstverlening aan het publiek door een andere aanbestedende dienst dan de overheidsdiensten, wordt niet beschouwd als een activiteit in de zin van lid 2, onder a), wanneer:

a)in het geval van drinkwater of elektriciteit:

-de produktie van drinkwater of elektriciteit door de betrokken dienst geschiedt omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere dan de in lid 2 bedoelde activiteit; en

-de toevoer aan het openbare net uitsluitend afhangt van het eigen verbruik van de dienst en niet meer heeft bedragen dan 30 % van de totale drinkwater- of energieproduktie van de dienst berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar;

b)in het geval van gas of warmte:

-de produktie van gas of warmte door de betrokken dienst het onvermijdelijk resultaat is van de uitoefening van een andere dan de in lid 2 bedoelde activiteit; en

-de toevoer aan het openbare net uitsluitend tot doel heeft deze produktie op economisch verantwoorde wijze te exploiteren en overeenstemt met ten hoogste 20 % van de omzet van de dienst berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar.

6. De in de bijlagen I tot en met X genoemde aanbestedende diensten voldoen aan bovengenoemde criteria. Om

ervoor te zorgen dat de lijsten zo volledig mogelijk zijn,

stellen de Lid-Staten de Commissie in kennis van de in hun lijsten opgetreden wijzigingen. De Commissie herziet de bijlagen I tot en met X volgens de procedure van artikel 32.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen