Art. 13 Richtlijn 90/425/EEG
De Lid-Staten dragen er tevens zorg voor dat het personeel van hun veterinaire diensten, in voorkomend geval in samenwerking met het personeel van andere ter zake bevoegde diensten, in staat wordt gesteld om met name:
- de bedrijven, de installaties, de vervoermiddelen en de bij het merken en de identificatie van de dieren gebruikte procédés te inspecteren,
- te controleren of het personeel de voorschriften van de in bijlage A genoemde teksten inzake de in die bijlage bedoelde produkten naleeft,
- monsters te nemen van:
ii) de dieren die worden gehouden met het oog op de verkoop, die in de handel worden gebracht of worden vervoerd;
ii) de produkten die worden gehouden met het oog op de opslag of de verkoop, die in de handel worden gebracht of worden vervoerd,
- de al dan niet computerverwerkte documentatie die nuttig is voor de controles in het kader van de krachtens deze richtlijn genomen maatregelen, aan een onderzoek te onderwerpen.
De Lid-Staten moeten de gecontroleerde bedrijven, centra
en instellingen ertoe verplichten de voor de uitvoering van bovengenoemde taken vereiste medewerking te verlenen.