Art. 2 Richtlijn 90/220/EEG

Richtlijn 90/220/EEG

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

1. "organisme'': elke biologische entiteit met het vermogen tot replicatie of tot overdracht van genetisch materiaal;

2. "genetisch gemodificeerd organisme''(GGO): een organisme waarvan het genetische materiaal veranderd is op een wijze welke van nature door voortplanting en/of natuurlijke recombinatie niet mogelijk is.

Volgens deze definitie

ii) vindt in elk geval genetische modificatie plaats indien een van de in bijlage I A, deel 1, genoemde technieken wordt toegepast;

ii) worden de in de bijlage I A, deel 2, genoemde technieken niet beschouwd als technieken die tot genetische modificatie leiden;

3. "doelbewuste introductie'': het op enigerlei wijze opzettelijk in het milieu brengen van een GGO of een combinatie van GGO's zonder dat inperkingsmaatregelen, zoals fysieke barrières of een combinatie van fysieke en chemische en/of biologische barrières, zijn getroffen om het contact van die organismen met de bevolking in het algemeen en het milieu te beperken;

4. "produkt'': een in de handel gebracht preparaat of in de handel gebrachte formulering, bestaande uit een GGO of een combinatie van GGO's of deze bevattende;

5. "in de handel brengen'': het leveren of het ter beschikking stellen aan derden;

6. "kennisgeving'': het indienen van documenten met de vereiste gegevens bij de bevoegde instantie van een Lid-Staat. De persoon die zulks doet, wordt "de kennisgever'' genoemd;

7. "gebruik'': de doelbewuste introductie van een in de handel gebracht produkt. Degenen die verantwoordelijk zijn voor het gebruik worden "gebruikers'' genoemd;

8. "milieurisicobeoordeling'': de beoordeling van de risico's voor de menselijke gezondheid en het milieu (planten en dieren daaronder begrepen) die verband houden met de introductie van GGO's of produkten die GGO's bevatten.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen