Art. 15 Verordening (EEG) nr. 3013/89

Verordening (EEG) nr. 3013/89

1. Voor invoer in en uitvoer uit de Gemeenschap van de in de tabel in artikel 1, onder a), c) en d), bedoelde produkten is steeds een invoer-, onderscheidenlijk uitvoercertificaat vereist, dat door de Lid-Staten aan elke belanghebbende die daartoe het verzoek doet wordt afgegeven, ongeacht de plaats van zijn vestiging in de Gemeenschap.

Het in- of uitvoercertificaat is geldig in de gehele Gemeenschap.

De afgifte van dit certificaat is afhankelijk van het stellen van een zekerheid als garantie dat zal worden voldaan aan de verplichting tot invoer of uitvoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat. Deze waarborg wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd indien de transactie niet of slechts ten dele binnen deze termijn plaatsvindt.

2. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, die met name betrekking kunnen hebben op een termijn voor de afgifte van de certificaten, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30.