Art. 19 Richtlijn 89/552/EEG
De Lid-Staten mogen voor de zendtijd en de aard van de televisie-uitzending van de onder hun bevoegdheid ressorterende televisie-omroeporganisaties strengere voorschriften vaststellen dan bedoeld in artikel 18, ten einde de vraag naar reclame in overeenstemming te brengen met de belangen van het publiek, met name rekening houdende met:
a) de functie van de televisie inzake voorlichting, onderwijs, cultuur en ontspanning;
b) de vrijwaring van de pluraliteit van voorlichting en media.