Art. 21 Richtlijn 89/106/EEG

Richtlijn 89/106/EEG

1. Indien een Lid-Staat constateert dat een conform deze richtlijn bevonden produkt niet voldoet aan de eisen van de artikelen 2 en 3, neemt hij alle passende maatregelen om dit produkt uit de markt te nemen, het op de markt brengen ervan te verbieden of het vrije verkeer ervan te beperken.

De betrokken Lid-Staat stelt de Commissie onverwijld van dergelijke maatregelen in kennis met opgave van de redenen voor zijn beslissing; hij deelt in het bijzonder mee of het niet conform zijn voortvloeit uit:

a) het niet naleven van de artikelen 2 en 3, indien het produkt niet beantwoordt aan de in artikel 4 bedoelde technische specificaties;

b) een verkeerde toepassing van de in artikel 4 bedoelde technische specificaties;

c) een leemte in de in artikel 4 bedoelde technische specificaties zelf.

2. De Commissie treedt zo spoedig mogelijk met de betrokken partijen in overleg. Indien de Commissie na dit overleg vaststelt dat de maatregelen gerechtvaardigd zijn, geeft zij hiervan onverwijld kennis aan de Lid-Staat die tot de maatregelen is overgegaan, alsmede aan de overige Lid-Staten.

3. Wanneer het in lid 1 bedoelde besluit is gebaseerd op een leemte in de technische specificaties, legt de Commissie na overleg met de betrokken partijen de kwestie binnen een termijn van twee maanden aan het in artikel 19 bedoelde Comité en, in geval van leemten in een geharmoniseerde norm, aan het krachtens Richtlijn 83/189/EEG opgerichte Comité voor, indien de Lid-Staat die de maatregelen heeft genomen, voornemens is deze te handhaven, en leidt zij de in artikel 5, lid 2, bedoelde procedures in.

4. De betrokken Lid-Staat treft passende maatregelen tegen degene die de conformiteitsverklaring heeft afgegeven en stelt de Commissie en de overige Lid-Staten hiervan in kennis.

5. De Commissie ziet erop toe dat de Lid-Staten van het verloop en de resultaten van deze procedure op de hoogte worden gehouden.