Art. 20 Richtlijn 89/106/EEG
1. Het in artikel 19 bedoelde Comité kan, op verzoek van zijn voorzitter of van een Lid-Staat, elk met de tenuitvoerlegging en de praktische toepassing van deze richtlijn verband houdend vraagstuk behandelen.
2. De nodige bepalingen voor
a) het vaststellen van klassen van voorschriften voor zover deze niet zijn opgenomen in de basisdocumenten, en de vaststelling van de procedure voor het constateren van de conformiteit in mandaten voor normen uit hoofde van artikel 7, lid 1, en richtlijnen voor goedkeuringen uit hoofde van artikel 11, lid 1;
b) het verstrekken van voorschriften voor het opstellen van basisdocumenten, als bepaald in artikel 12, lid 1, en het nemen van besluiten betreffende basisdocumenten, als bepaald in artikel 12, lid 3;
c) de erkenning van nationale technische specificaties, als bepaald in artikel 4,lid 3,
worden aangenomen volgens de procedure van de leden 3 en 4.
3. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een door de voorzitter op grond van de urgentie van de aangelegenheid te bepalen termijn. Het advies wordt uitgebracht met de meerderheid die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie moet nemen. De stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten in het Comité worden gewogen zoals bepaald in dat artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.
4. De Commissie neemt de overwogen maatregelen aan indien deze in overeenstemming zijn met het advies van het Comité.
Zijn de overwogen maatregelen niet in overeenstemming met het advies van het Comité of wordt er geen advies uitgebracht, dan legt de Commissie onverwijld aan de Raad een voorstel voor inzake te nemen maatregelen. De Raad beslist met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
Indien de Raad binnen drie maanden geen besluit heeft genomen, stelt de Commissie de voorgestelde maatregelen vast.