Art. 4 Verordening (EEG) nr. 411/88
1. Wanneer het rentepercentage voor rekening van een Lid-Staat gedurende ten minste zes maanden lager is dan de voor de Gemeenschap vastgestelde uniforme rentevoet, wordt voor die Lid-Staat een specifieke rentevoet vastgesteld.
2. Voor de periode die ingaat op 1 december 1986 wordt de specifieke rentevoet gesteld op:
- 6 % voor Duitsland,
- 6 % voor Nederland.