Art. 8 Richtlijn 88/378/EEG
1. a) Alvorens het in overeenstemming met de in artikel 5, lid 1, bedoelde geharmoniseerde normen vervaardigde speelgoed in de handel wordt gebracht, moet het zijn voorzien van het EG-merkteken, waarbij de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde bevestigt dat het speelgoed aan die normen voldoet.
b) De fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde moet met het oog op controle de volgende informatie ter beschikking houden:
- een beschrijving van de middelen (bij voorbeeld gebruik van een keuringsprotocol, technische specificatie) waarmee de fabrikant ervoor zorgt dat het produkt met de in artikel 5, lid 1, bedoelde normen overeenstemt, alsmede in voorkomend geval een door een erkende instantie opgestelde EG-typeverklaring, afschriften van documenten die de fabrikant aan de erkende instantie heeft voorgelegd en een beschrijving van de middelen waarmee de fabrikant ervoor zorgt dat het produkt met het goedgekeurde model overeenstemt;
- het adres van de plaatsen van vervaardiging en opslag;
- uitvoerige gegevens betreffende ontwerp en vervaardiging.
Indien noch de fabrikant, noch zijn gemachtigde in de Gemeenschap is gevestigd, rust deze verplichting om een dossier ter beschikking te houden op een ieder die het speelgoed op de communautaire markt in de handel brengt.
2. a) Speelgoed dat geheel of gedeeltelijk niet met de in artikel 5, lid 1, bedoelde normen overeenstemt, moet voordat het in de handel wordt gebracht, zijn voorzien van het EG-merkteken, waarmee de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde bevestigt dat het speelgoed overeenstemt met het model dat volgens de procedures van artikel 10 is onderzocht en waarvan een erkende instantie heeft verklaard dat het aan de in artikel 3 bedoelde fundamentele voorschriften voldoet.
b) De fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde moet met het oog op controle de volgende informatie ter beschikking houden:
- een uitvoerige beschrijving van de vervaardiging;
- een beschrijving van de middelen (bij voorbeeld gebruik van een keuringsprotocol, technische specificatie, enz.) waarmee de fabrikant ervoor zorgt dat het produkt met het goedgekeurde model overeenstemt;
- het adres van de plaatsen van vervaardiging en opslag;
- afschriften van de documenten die de fabrikant overeenkomstig artikel 10, lid 2, aan een erkende instantie heeft voorgelegd;
- het monsterkeuringscertificaat of een gewaarmerkt afschrift daarvan.
Indien noch de fabrikant, noch zijn gemachtigde in de Gemeenschap is gevestigd, rust deze verplichting om een dossier ter beschikking te houden op een ieder die het speelgoed in de Gemeenschap in de handel brengt.
3. In geval van niet-nakoming van de verplichtingen bedoeld in lid 1, onder b), en lid 2, onder b), treft de bevoegde Lid-Staat passende maatregelen om te bewerkstelligen dat die verplichtingen worden nagekomen.
In geval van onmiskenbare niet-nakoming van deze verplichtingen kan de Lid-Staat met name eisen dat de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde binnen een bepaalde termijn op eigen kosten door een erkende instantie een proef laat uitvoeren om de overeenstemming met de geharmoniseerde normen of met de fundamentele veiligheidsvoorschriften na te gaan.